Meet- en montagehandleiding
Alle artikelen sluiten aan op deze gecontroleerde basis. Verschillen per situatie (1 of 2 lagen, plafond- of wandmontage) komen voort uit opening, gewicht en geluidsroute — niet uit willekeur.
1. Diagnose: waar komt het geluid binnen?
- Sluit één verdachte opening (raam/deur/trap) tijdelijk af met een dikke deken of matrasproef: hoorbaar verschil → luchtroute.
- Voel/luister of je vooral dreunen via vloer of trapconstructie hoort → waarschijnlijk contactgeluid (gordijn is dan niet de hoofdsoplossing).
- Klapt handen in de lege kamer: lange nagalm → absorptie (gordijnen/textiel) helpt de beleving.
Zie ook grenzen van gordijnen en meetresultaten.
2. Productopbouw (richtlijn)
- 1 geluidswerende laag: basis bij raam of matige opening.
- 2 geluidswerende lagen: grotere openingen (trapvide), hogere eisen, of wanneer de eerste laag merkbaar maar niet genoeg is.
- Decoratieve voorlaag: optioneel aan de zichtzijde; bepaalt uitstraling, niet de kernmassa.
Stofgewicht in de Soundkiller®-lijn: ordegrootte 520 g/m² per geluidswerende laag. Zwaardere opbouw vraagt een stabiele rail (bij voorkeur uit één geheel, geen zwakke telescopische rail).
3. Montageprincipes
- Royaal overlappen links/rechts; tot op of net over de vloer.
- Retour naar de wand of hoek waar mogelijk — minder kierlek.
- Plafondmontage vaak gunstig bij trapopeningen en hoge ramen; wandmontage als constructie dat beter toelaat.
- Voldoende bevestigingspunten voor het gewicht; juiste pluggen in steen/hout/gips volgens situatie.
4. Wat je mag verwachten
Gordijnen temperen luchtgeluid via openingen en verminderen nagalm. Ze maken een ruimte zelden “geluidsdicht”. Labcijfers zijn geen slaapkamer-garantie — uitleg op meetresultaten.